Wat kan ik goed, wat kan beter?

In het actieonderzoek staat 'ontwikkeling' centraal. Het is noodzakelijk voor mijn onderzoek om meer inzicht te krijgen in mijn sterke en zwakke kanten. Een ontwikkelpunt benoemen kan pas op het moment dat je op de hoogte bent van je kwaliteiten en valkuilen. Ik heb een aantal middelen gebruikt om o.a. mijn gedrag in kaart te brengen. Dit is voor mij zeer leerzaam geweest. Het is voor mij nu gemakkelijker om mijn kwaliteiten en valkuilen onder woorden te brengen en hieraan te werken. Mijn coaches hebben me ook advies gegeven over hoe ik anders zou kunnen handelen om mezelf blijvend te ontwikkelen. Feedback van coaches en studenten staan onderaan op deze pagina vermeld.

Ik heb mijn sterke punten, zwakke punten, talenten en valkuilen in kaart gebracht met behulp van de volgende testen: de Talentenanalyse, de SWOT-analyse, de Kolb-leerstijlentest en de REED-test.

1. Talentenanalyse
Ik heb ruim 130 vragen over situaties die voor mij wel/niet herkenbaar zijn, beantwoord.
In het bestand 'talentenanalyse' (Intermediair) treft u mijn valkuilen en talenten aan:

Beknopte weergave resultaten talentenanalyse

Mijn kwaliteiten:
- Je hoge ambitieniveau en zoektocht naar diepgang. Je bent sterk gemotiveerd en hebt interesse in achterliggende factoren.
- Je gedrevenheid. Je weet van aanpakken en gaat ergens voor. Je hecht grote waarde aan maatschappelijk succes. Je hebt een sterke competitiedrang.
- Je hebt geen moeite om in het middelpunt van de belangstelling te staan. Je overwegend positieve stemming.
- Je onafhankelijkheid. Je vormt meestal op onafhankelijke wijze een oordeel. Je laat je minder
snel beïnvloeden.
- Je hebt een hoge aandachtsspreiding, daardoor kan je makkelijk meerdere taken tegelijkertijd
aan. Waarschijnlijk kun je beter omgaan met hectiek en chaos. Je staat open voor nieuwe dingen
en veranderingen.
- Je hebt veel energie om zaken te bereiken. Je kunt voor je gevoel de hele wereld aan.
Waarschijnlijk ben je daardoor productief.
- Je gaat uit van de eigen verantwoordelijkheid van anderen, daarmee geef je de ander de ruimte
om zelf problemen op te lossen en verantwoordelijkheid te nemen.



Mijn mogelijke valkuilen:
- Je bent soms te sterk gericht op zakelijke aspecten.
- Je kan te sterk op de voorgrond treden bij sociale evenementen. Je bent wel eens te open naar anderen toe.
- Soms ga je te veel je eigen weg.
- Door je hoge aandachtsspreiding heb je minder focus en soms moeite met concentreren op 1 taak.
- Door je hogere energieniveau kun je soms wat ongeduldig overkomen, het gevoel hebben dat
de omgeving remmend op je werkt.
- Door je lagere hulpvaardigheid kun je mogelijk afstandelijk overkomen. Te veel op de verantwoordelijkheid van anderen vertrouwen.



Ik word geadviseerd om:
- Meer oog en aandacht voor detail te ontwikkelen en zich wat minder impulsief of ongeduldig op te stellen.
- Door te zetten en taken daadwerkelijk af te ronden alvorens nieuwe taken of projecten op te pakken.
- Goed te luisteren en de mening van een ander niet te snel “van tafel te vegen”.
- Soms wat bescheidenheid in acht te nemen.
- Erop te letten zich niet arrogant te gaan gedragen.
- Wat meer rekening te houden met en begrip te tonen voor de persoonlijke omstandigheden,
behoeften en belangen van de ander.
- Met tact om te gaan met zaken die voor een ander gevoelig liggen.
- Regelmatig kennis en informatie uit te wisselen met de personen met wie zij samenwerkt.
- Vaker stil te staan bij wat priorititeit heeft.
- Soms wat zorgvuldiger en meer geordend om te gaan met werkomgeving, planning of afspraken.
- Voldoende aandacht te geven aan de sfeer in de werkomgeving en aan de relatie met medewerkers.


Mijn visie: Ik kan me goed vinden in de bovenstaande resultaten en ontwikkelpunten. Ik heb veel ambitie en energie en ik ben waar 'echt nodig' wel hulpvaardig. Ik wil graag veel ondernemen en ik heb veel behoeft aan actie. Dit is niet altijd even goed; meer geduld hebben en minder impulsief handelen, zijn voor mij uitdagingen. Op dit moment probeer ik mezelf zoveel mogelijk te helpen en dan ook vaak mijn eigen weg. Mogelijk komt dit 'zakelijk' over. Ik waardeer het echter ontzettend als er een goede werksfeer is. Inderdaad, ik ben altijd op zoek naar diepgang en een meerwaarde (in colleges, en contacten tussen collega's en sommige studenten). Ik vind niet dat ik me arrogant gedraag (hooguit in die gevallen dat ik vind dat het anders kan/beter zou moeten kunnen...). Ik probeer zelf wel bij te dragen aan een gezellige sfeer (lunchen met collega's, adhoc praatjes, bijdrage afdelingsnieuwsbrief). Ik vind ook echt dat ik nog meer tijd en energie kan steken in mijn collega's (hun interesses en werkzaamheden), ook buiten de NHL hogeschool om.
2. SWOT-analyse:

3. Het resultaat van de Kolb-leerstijlen test (hoe leer ik?) treft u hier aan:

4. De REED-test
De test bestaande uit 60 vragen over gedrag en situaties om inzicht te krijgen in persoonlijk effectief gedrag (doen wat bij je past en omgaan met de situatie waarin je verkeert). Vier handelsfases worden gekenmerkt door bepaald type gedrag. Mijn uitkomsten staan hier vermeld:

Beeldvormingsfase ‘informatie’: mijn denksfeer Alert
•Open, nieuwsgierig en breed, hecht aan overzicht, vormt zich een volledig beeld voor het begin, sterk in het in kaart brengen van alle mogelijkheden, loopt gevaar door de bomen het bos niet meer te zien.
Mijn visie: dit klopt helemaal. Ik heb een brede interesse en wil eerst goed zijn geïnformeerd voordat echt over ga tot actie. Ik zeg niet 'zomaar' iets, maar probeer allerlei perspectieven eerst naar voren te halen. Ik breng vaak alle opties in kaart en kies uiteindelijk (wat dus heel lang kan duren) voor de 'beste' mogelijkheid. Dit is voor mij heel belangrijk, maar ook heel tijdrovend.

Oordeelsvormingsfase ‘wensen’: mijn denksfeer Wens-creatief
•Origineel, vrolijk en speels, hecht aan vrijheid, verzint nieuwe oplossingen aan de lopende band, sterk in het creëren van nieuwe mogelijkheden, loopt gevaar niet te kunnen kiezen uit al hetgeen verzonnen is.
Mijn visie: ook dit is geheel op mij van toepassing. Ik bedenk nieuwe oplossingen aan de lopende band en ben ook erg innovatief ingesteld. Verder hecht ik veel aan mijn vrijheid. Hier word ik creatief van! Omdat ik veel energie heb en veel waarde hecht aan originaliteit belemmer ik mijn eigen werkproces; het moet steeds weer anders, en dat kost ontzettend veel tijd.

Besluitvormingsfase ‘feiten’: mijn denksfeer Realistisch
•Nuchter, zakelijk en rationeel, hecht aan feiten en bewijzen, beslist op grond van aantoonbare voor- en nadelen, sterk in het met beide benen op de grond blijven, loopt gevaar teveel controle te willen uitoefenen.
Mijn visie: dit klopt deels. Ik ben rationeel, maar ook heel erg emotioneel. Ik moet me goed voelen in een team om me optimaal te kunnen ontwikkelen. Wel is het zo dat ik mijn beslissingen wel zakelijk/nuchter kan nemen door te kijken naar de feiten. Graag houd ik de touwtjes strak in de hand en doe alles graag zelf.

Uitvoeringsfase ‘actie’: mijn denksfeer Doe-creatief
•Impulsief, spontaan en druk, hecht aan actie en het volgen van de eigen weg, gaat aan de slag en komt gaandeweg tot een oplossing, sterk in het doorbreken van blokkades, loopt gevaar teveel risico's te nemen.
Mijn visie: ook dit is geheel op mij van toepassing. Ik wil actie, aan de slag. Hiermee loop ik ook risico. Onderwerg kom ik dan hobbels tegen, die ik steeds maar weer probeer glad te strijken. Door een beetje gas terug te nemen, rustig te blijven en na te denken kan ik zeer waarschijnlijk ook veel effectiever zijn in de uitvoeringsfase doordat ik de hobbels al veel eerder heb zien aankomen of geheel heb kunnen wegnemen door een goed doordacht plan.

De vier handelsfases (beeldvorming, oordeelsvorming, besluitvorming en uitvoering) worden gekoppeld aan een denksfeer. In de beeldvormings- en besluitvormingsfase zijn de centrale denksferen respectievelijk ‘alert’ en ‘realistisch’ (tussen haakjes). Voor mij betekent dit over het algemeen dat deze twee fases mijn sterkere fases zijn. Mijn denksferen komen overeen met de centrale denksfeer binnen de handelingsfase. In de oordeelsvormingsfase en uitvoeringsfases ondervind ik problemen. In deze fases zijn andere denksferen effectiever dan die van mij, namelijk ‘diplomatiek’ en ‘stimulerend’. Deze denksferen worden door mij onvoldoende gebruikt.
Ik heb m.b.v. de REED-test mijn gedrag en drijfveren in kaart gebracht. De resultaten komen opvallend overeen met mijn ervaring en gevoel. In de beeldvormingsfase zorg ik altijd voor een zo compleet mogelijk overzicht; bij de voorbereiding van colleges raadpleeg zoveel mogelijk relevante literatuur en digitale onderzoekspublicaties. Inderdaad, soms zie ik door de bomen het bos niet meer. Verder vind ik het helemaal niet moeilijk om op grond van feiten, bewijzen besluiten te nemen. Ik zie ook de uitdagingen die voor mij liggen als ik kijk naar de twee handelingsfases waarin ik een ‘andere’ denksfeer heb. Ik ben heel goed in staat om het wiel steeds weer opnieuw uit te vinden (bijvoorbeeld ‘nieuwe’ modules inhoudelijk veranderen) en ik hecht veel aan het volgen van mijn eigen weg waardoor ik het risico loop om alles ‘alleen’ te doen. Door een strategie te ontwikkelen die afgestemd is op mijn werkomgeving, kan ik beter in staat zijn om in te spelen op de omgeving en hieraan sturing te geven. De afgelopen maanden heb ik hard gewerkt aan mijn 'valkuilen' (risico's nemen, teveel controle willen uitoefenen, het overzicht verliezen).


Het is goed om te zien dat mijn zelf omschreven zwakke kanten en sterke kansen grote overeenkomst vertoont met de talentenanalyse, én met het REED-model. Kortom: ik heb veel energie en ambitie, ik heb een brede interesse en ik ben innovatief. Ik vind het moeilijk om me te focussen, en ik ben eerder geneigd tot actie dan tot het rustig nadenken en ontwerpen van een plan van aanpak.

5. Feedback coaches:

Tijdens het PDB-traject heb ik ongeveer 6 gesprekken gehad met mijn coaches Jan Brinks en Jacob Wiersma.
Jan Brinks heeft mij inhoudelijk begeleid en hij heeft een drietal colleges van mij bijgewoond. Hij heeft mij vooral geadvisserd om doelgericht te werken en mezelf steeds de vraag te stellen 'waar is de stip op de horizon?'.
Jacob Wiersma vervulde de functie van 'vormend' coach. Hij gaf mij vooral tips om te werken aan:
- Het 'zichtbaarheid' zijn (meer en nadrukkelijker aanwezig zijn),
- Het leren plannen (zelf de agenda bepalen) en me minder te laten leiden door ad hoc-activiteiten,
- Een meer formele opstelling innemen naar studenten toe,
- Meer vooruit werken/plannen.

De afgelopen twee maanden ben ik minstens drie keer per week aanwezig en maak ik ook meer 'volle' werkdagen op mijn flexplek. Voorheen werkte ik (met een aanstelling van 0.8 fte) meer halve dagen op de NHL Hogeschool, en de rest van de dag werkte ik thuis door (ook 's avonds), ook in het weekend. Begin dit jaar werk ik nauwelijks nog thuis. Dit is voor mij een zeer grote wijziging. Aan het begin van de dag maak ik een 'to do list'; dit helpt mij om doelgerichter en efficiënter te werken. Ook werk ik meer vooruit. Mijn modulebeschrijving (onderwijseenheid) en modulehandleiding had ik in de maand april al afgerond (formele deadline 31 mei). Ik plan mijn SLB- en stagegesprekken meer vooruit en cluster zoveel mogelijk (meerdere gesprekken op dezelfde dag). Een meer 'afstandelijke' houding naar studenten toe, probeer ik wel aan te nemen. Ik bepaal nu meer mijn eigen agenda en laat me minder leiden door de 'waan van de dag'.
Wat de 'juiste' houding is, weet ik niet. Ik doe wat bij mij past.

6. Feedback studenten:

Een aantal studenten heeft een vragenlijst ingevuld over mijn functioneren binnen het project Community Safety.
Ik heb een vragenlijst verstuurd naar twintig studenten die het afgelopen studiejaar het project hebben gevolgd. Ik heb vijf ingevulde vragenlijsten ontvangen.De resultaten zijn over het algemeen positief: de studenten zijn (unaniem) zeer goed te spreken over de organisatie van de module (voorbereiding docent en roostering), en de informatie die zij hebben ontvangen (modulebeschrijving). Ook zijn de studenten goed te spreken over mijn kwaliteiten als docent, de persoonlijke benadering en bereikbaar (één student gaf aan dat de bereikbaarheid in het oude schoolgebouw beter was). Punten ter verbetering zijn: het omschrijven van leerdoelen, een verbinding leggen met het toekomstige beroep, geen wijzigingen aanbrengen in opdrachten, beter doseren en variëren van werkvormen. Fijn om te horen dat de studenten het een interessant en leerzaam project vonden!
Zie hier de ingevulde vragenlijsten: